Een avontuur als een jongensboek
Nadat mijn ouders mij als 19-jarige jongen in 1985 hadden verboden om mee te doen aan de eerste Elfstedentocht sinds 1963, meldde ik mij de dag na die Tocht direct aan als lid van onze vereniging. Dat ik een jaar later toch het geluk zou hebben om hem te kunnen rijden, had ik op dat moment niet durven hopen.
Maar een jaar later was het zover: die langgekoesterde wens kwam uit. Het rijden van de mooiste schaatstocht ter wereld. Na vele voorbereidende kilometers op natuurijs, samen met mijn sportmaten, onder wie Syb van der Ploeg van de Kast, konden we op 26 februari 1986 de schaatsen onderbinden voor de Tocht der Tochten. Het werd een avontuur als uit een jongensboek.
In tegenstelling tot het jaar ervoor was het bij de start bitterkoud en zou deze tocht het uiterste van ons vergen. Vooral de stukken op de Dokkumer Ee, waar eerder nog een ijsbreker doorheen was gegaan, zorgden later op de avond voor veel valpartijen. Achteraf gezien kwamen die waarschijnlijk net zo goed voort uit pure vermoeidheid als uit de staat van het ijs.
Wat die dag vooral bijblijft, zijn de vele fases die je als schaatser doormaakt tijdens zo’n bijzondere tocht. De zonsopkomst op het Slotermeer, de langgerekte slierten schaatsers over de meren en de hartverwarmende behulpzaamheid van de mensen langs de kant, alles samen maakte het tot een onvergetelijke ervaring. Een ervaring waar we later nog vaak op terugkwamen als het over dé Tocht ging.
Die dag ontdekten we ook wat doorzettingsvermogen en jonge, goed getrainde lichamen kunnen betekenen. Na veertien uur bereikten we uiteindelijk de finish. Tegelijkertijd bleek dat onze schaatstechniek, ondanks alle gemaakte ijskilometers, nog voor verbetering vatbaar was. Iets wat we daarna meteen hebben opgepakt door te gaan trainen op Thialf bij wedstrijdvereniging De Kluners. Dat zou mij bij de volgende Elfstedentocht in 1997 goed van pas komen.
Al met al is het rijden van een Elfstedentocht een ervaring die je je leven lang meedraagt. Herinneringen vervagen niet en het blijft dankbare gespreksstof, vol herkenning, wanneer ik er met anderen over praat. In mijn huidige functie als ijsmeester bij onze vereniging komt dat bovendien extra tot zijn recht: ik kan niet alleen uit verhalen, maar ook uit eigen ervaring spreken.
Hoewel de maatschappij en de wereld ingrijpend zijn veranderd, geloof ik dat de kracht van de Tocht nog altijd zit in verbinding, vriendschap en het samen maken van verhalen.
Het was een dag om nooit te vergeten.